Notities

Notities

ing. M.A.C.M. (Martijn) van den Boom

Computer Infrastructure Engineer
ingenieur, docent en mentor

Social Media Links:

Windows Server 2022 — Active Directory en DNS installatie

Stap voor stap installatiehandleiding voor Active Directory Domain Services en DNS op Windows Server 2022 in een VMware Fusion lab omgeving. Met screenshots van elke stap.

ing. M.A.C.M. (Martijn) van den Boom

5 minuten leestijd

In dit artikel beschrijf ik stap voor stap hoe ik Active Directory Domain Services (AD DS) en DNS heb geïnstalleerd op een Windows Server 2022 Datacenter VM in een VMware Fusion lab omgeving. Het resultaat is een volledig functionele domeincontroller voor het domein lab.local, als basis voor een Windows DevOps lab.

Omgeving

OnderdeelWaarde
VirtualisatieVMware Fusion (macOS)
GastbesturingssysteemWindows Server 2022 Datacenter (Desktop Experience)
HostnaamDC01
Domeinnaamlab.local
NetBIOS naamLAB
Lab-netwerk adapterEthernet1 — 172.16.37.10 (vast IP)
Internet adapterEthernet0 — DHCP via VMware NAT

Stap 1 — Netwerk instellen

Voordat Active Directory wordt geïnstalleerd, heeft de domeincontroller een vast (statisch) IP-adres nodig. AD DS en DNS zijn afhankelijk van een stabiel adres.

De VM heeft twee netwerkadapters: één voor internet (NAT, DHCP) en één voor het lab-netwerk (Private to my Mac, vast IP).

1.1 Tweede netwerkkaart toevoegen in VMware Fusion

De VM moet uitgeschakeld zijn om een tweede netwerkkaart toe te voegen. Ga naar VM > Settings en voeg een nieuwe Network Adapter toe. Stel deze in op Private to my Mac.

VMware Fusion netwerkinstellingen — Private to my Mac VMware Fusion netwerkinstellingen: Private to my Mac is het geïsoleerde lab-netwerk

1.2 Statisch IP instellen op Ethernet1

Open Configuratiescherm > Netwerkverbindingen. Klik rechts op Ethernet1 > Properties > Internet Protocol Version 4 (TCP/IPv4) > Properties.

Vul de volgende waarden in:

  • IP address: 172.16.37.10
  • Subnet mask: 255.255.255.0
  • Default gateway: leeg laten
  • Preferred DNS server: 172.16.37.10 (DC01 wijst naar zichzelf)

IPv4 Properties — statisch IP instellen IPv4 Properties: statisch IP 172.16.37.10 voor het lab-netwerk. Gateway leeg laten — internet loopt via Ethernet0.

Opmerking: Ethernet0 (internet) blijft op DHCP staan. Alleen Ethernet1 krijgt een vast IP. Zo werkt de VM overal — thuis, op het werk, bij familie — want het interne lab-netwerk is volledig geïsoleerd van het thuisnetwerk.

1.3 Verificatie

Open PowerShell en controleer:

Get-NetIPAddress -AddressFamily IPv4 | Select-Object InterfaceAlias, IPAddress

Verwacht resultaat:

Ethernet1        172.16.37.10
Ethernet0        192.168.x.x   (wisselend via DHCP)

Stap 2 — AD DS rol installeren via Server Manager

2.1 Server Manager openen

Server Manager opent automatisch na het inloggen. Sluit de Windows Admin Center melding.

Windows Admin Center melding Vink “Don’t show this message again” aan en sluit dit venster

Server Manager Dashboard Server Manager Dashboard — het startpunt voor alle serverbeheer

2.2 Rol toevoegen

Klik op Add roles and features in het Dashboard.

Installation Type — Role-based Kies Role-based or feature-based installation. DC01 staat al rechtsboven als destination server.

Server Selection — DC01 DC01 is al geselecteerd in de server pool. Klik Next.

2.3 Active Directory Domain Services selecteren

Vink Active Directory Domain Services aan. Er verschijnt een popup voor extra benodigde features — klik Add Features.

Server Roles — AD DS selecteren Vink Active Directory Domain Services aan in de lijst

Features — niets extra selecteren Geen extra features nodig. Alles wat benodigd is staat al aangevinkt.

2.4 AD DS informatiepagina

AD DS informatiepagina Informatiepagina over AD DS. Belangrijk: DNS wordt automatisch mee geïnstalleerd.

2.5 Installatie bevestigen

Vink Restart the destination server automatically if required aan en klik Install.

Confirmation — installatie overzicht Overzicht van alle componenten die worden geïnstalleerd

2.6 Installatie geslaagd

Installation Results — geslaagd Installation succeeded on DC01. Klik nu op de blauwe link “Promote this server to a domain controller”.

Let op: De AD DS rol is nu geïnstalleerd maar DC01 is nog geen domeincontroller. De link “Promote this server to a domain controller” is de volgende stap.


Stap 3 — Domeincontroller configureren

3.1 Deployment Configuration

Kies Add a new forest en vul als Root domain name in: lab.local

Deployment Configuration — nieuw forest Kies Add a new forest voor een volledig nieuw domein. Domeinnaam: lab.local

3.2 Domain Controller Options

De functional levels staan op Windows Server 2016 — prima voor een modern lab. DNS server en Global Catalog zijn aangevinkt.

Stel het DSRM-wachtwoord in. Dit is een noodwachtwoord voor herstel van Active Directory — bewaar het veilig.

Domain Controller Options Functional level 2016, DNS Server en Global Catalog aangevinkt. DSRM-wachtwoord invullen.

3.3 DNS Options

Er verschijnt een waarschuwing over DNS-delegatie. Dit is normaal voor een intern lab-domein zoals lab.local dat niet op het publieke internet bestaat. Laat Create DNS delegation uitgevinkt.

DNS Options — waarschuwing is normaal De waarschuwing over DNS-delegatie is normaal voor een privé lab-domein. Geen actie nodig.

3.4 NetBIOS naam

Windows stelt automatisch de NetBIOS naam in op LAB. Wacht tot het veld gevuld is.

Additional Options — NetBIOS wordt geladen Wacht even tot de NetBIOS naam automatisch verschijnt

Additional Options — NetBIOS is LAB NetBIOS naam is LAB — zonder .local extensie. Je logt later in als LAB\Administrator.

3.5 Bestandslocaties

Voor een lab zijn de standaard locaties prima.

Paths — standaard locaties Standaard locaties voor AD DS database (NTDS) en SYSVOL. Laat staan.

3.6 Review Options

Controleer de samenvatting:

  • Domein: lab.local
  • NetBIOS: LAB
  • DNS Server: Yes
  • Global Catalog: Yes
  • Create DNS Delegation: No

Review Options — samenvatting Samenvatting van de configuratie. Alles klopt — klik Next.

3.7 Prerequisites Check

Het groene vinkje bevestigt dat alle checks geslaagd zijn. De gele waarschuwingen zijn normaal voor een lab.

Prerequisites Check — geslaagd Groen vinkje: All prerequisite checks passed. Klik Install.

3.8 Installatie

De server configureert DNS en herstart automatisch.

Installation — DNS wordt geconfigureerd DNS Server service wordt geconfigureerd. Na afloop herstart DC01 automatisch.

Na de reboot: Log in als LAB\Administrator in plaats van als lokale Administrator.


Stap 4 — Verificatie na installatie

Open PowerShell als Administrator en controleer:

# Domein informatie
Get-ADDomain

# Domeincontroller informatie
Get-ADDomainController

# DNS zones controleren
Get-DnsServerZone

# Naam resolving testen
Resolve-DnsName dc01.lab.local

Als Resolve-DnsName dc01.lab.local het IP-adres 172.16.37.10 teruggeeft, werkt DNS correct.


Volgende stappen

Nu DC01 functioneert als domeincontroller voor lab.local, zijn de volgende stappen:

  • CA01 — Certificate Authority voor interne TLS-certificaten (Jenkins, Harbor, Nexus)
  • Andere VMs joinen aan lab.local — wijs bij elke nieuwe VM DNS naar 172.16.37.10
  • Organisational Units en service accounts aanmaken voor Jenkins, Ansible en Nexus

Recente berichten

Categorieën

Over Mij

Sponsor me link:
ko-fi.com/martijnvandenboom
paypal.me/ingmacmvandenboom
buymeacoffee.com/ingvdboom